Meestgestelde vragen over nanotechnologie in de schoonmaakbranche

caterclean-nano-technologie
Het gebruik van nanotechnologie is al lang geen nieuwtje meer. Zelfs niet in de schoonmaakbranche. Toch blijft er altijd een soort mysterie kleven aan deze technologie merken wij. We krijgen er regelmatig vragen over van onze klanten. Hoewel we zelf nog niet met deze technologie in onze schoonmaakproducten werken, blijven we graag op de hoogte van ontwikkelingen. En die kennis delen we graag. Daarom beantwoorden we hieronder de vragen die we het meest gesteld krijgen.

Nanotechnologie, dat is toch een hype die allang weer verdwenen is?

Alweer ruim vijftien jaar geleden werd nanotechnologie gezien als de grote belofte voor de toekomst. Het zou de oplossing zijn voor diverse wereldproblemen. Bijvoorbeeld van watervervuiling en betere gezondheidszorg. Sommigen gingen zelfs zo ver om te beweren dat nanotechnologie misschien wel een tweede ndustriële revolutie kon veroorzaken. Nu, 15 jaar later weten we dat dat een tikkeltje overdreven was. Desondanks staat de industrie zeker niet stil. Nog steeds wordt gewerkt aan allerlei handige toepassingen voor de gezondheidszorg. Voor de schoonmaakbranche zijn de mogelijkheden tot dusver nog wel beperkt.

Maakt nanotechnologie oppervlaktes zelfreinigend?

Dat klinkt te mooi om waar te zijn, en dat is het helaas ook. Er wordt inderdaad wel eens gesproken van de term ‘zelfreinigend’, maar een betere term zou zijn ‘Easy-to-clean’. Sommige oppervlakken, in ziekenhuizen bijvoorbeeld, worden behandeld met een nanocoating. Het organische vuil dat daarop belandt, kan met water gemakkelijk weggespoeld worden, maar daar is wel de hulp van zonlicht of kunstmatig ultraviolet licht voor nodig. Onder invloed van dit licht ontstaan namelijk stoffen die het vuil kapot oxideren. Niet zelfreinigend, maar wel een stuk eenvoudiger en zonder agressieve schoonmaakmiddelen te reinigen dus.

Zijn nanodeeltjes niet schadelijk voor de gezondheid?

Op deze vraag is niet een gemakkelijk of eenduidig antwoord te geven. Het hangt namelijk heel erg af van welk nanodeeltje je bedoelt. Nanodeeltjes verschillen in chemische samenstelling, vorm en grootte. De ene kan gevaarlijker zijn dan de ander. Ook weten we de effecten van de deeltjes op lange termijn nog niet. Om er toch veilig mee te werken heeft het RIVM ‘nanoreferentiewaarden’ vastgesteld. Dit zijn grenswaarden voor nanodeeltjes in een bepaalde ruimte die goed te meten zijn met meetapparatuur. Daar kunnen dan ook weer de beschermingsmaatregelen op aangepast worden.